Op 29 april 2026 zijn er struikelstenen gelegd ter hoogte van Nijverheidstraat 30 voor het gezin Neter dat hier destijds woonde aan de Haaksbergerstraat 60.
Max Neter werd in 1889 geboren in Schwerte een stadje in Duitsland
op anderhalf uur rijden van Enschede. Hij was voetspecialist van
beroep. Zijn vrouw Malchen Heimann was zeven jaar jonger. Zij kwam
uit het Beierse stadje Schanfeld. Ze kregen drie kinderen. Ilse, Karl en
Hans, die ook allerdrie in Duitsland zijn geboren. Het gezin Neter is als
gevolg van de onderdrukking door de nazi’s in Duitsland in 1933 naar
Nederland vertrokken, waar zij in Enschede aan de Haaksbergerstraat
op nr. 60 kwamen te wonen. Max kon hier aanvankelijk opnieuw zijn
beroep uitoefenen.
Lidia Koelewijn heeft de geschiedenis van het gezin en hun onderduik
vastgelegd in het boekje “ Het kippenhok op de Weele”.
Toen de anti-joodse maatregelen intensiever werden zijn ze,
vermoedelijk ondergedoken op aanraden van Dirk Pape, de directeur
van de boekelose meklfabriek en zijn onderdirecteur Jan van Elburg.
Maar het is ook goed mogelijk dat Leendert Overduin hierin een grote
rol heeft gehad. Ze kwamen terecht in het kippenhok op het landgoed
de Weele, dat van de familie van Heek was. In dit kippenhok, een klein
langwerpig stenen gebouwtje, met daarachter een lange ren van
kippengaas zaten ze ondergedoken samen met de palestinapioniers,
het echtpaar Jettie en Paul Glasel. Later kwamen daar nog Lotte
Lehrmann en nog weer later haar broertje Bernhard bij.
De
onderduikers werden verzorgd door de families Nijhuis en Nijmeijer.
Op 2 juli 1943 zijn alle negen onderduikers door de Enschedese politie
opgepakt en vastgezet in het politiebureau in Enschede.
Zij zijn de dag erna allen naar kamp Westerbork gebracht.
Lotte en Bernhard Lehmann overleefden de oorlog.
Paul en Jettie Glasel kwamen aanvankelijk op de lijst terecht met
mensen die in Westerbork konden blijven, maar werden op 31
augustus 1943 alsnog op de trein gezet met bestemming Auschwitz
waar zij bij aankomst werden vergast.
De familie Neter is zoals de meeste joden die naar Westerbork gingen
al na enkele dagen op een trein gezet richting het Oosten. Zij zjin alle
vijf direct na aankomst in Sobibor vermoord.
